Chakra 3, zonnevlecht – De reis van de Alchemist

In deze serie schrijven neem ik je mee in mijn reis door de chakra’s, het tekenen van de chakra’s als mandala. Een diepgaande reis.

1 mrt 2021

Een volgend chakra. De derde, de wil. Phoe tja uhh als die bij mij wakker wordt dan gaat ze. Dan is er geen houden aan. Dan moet het, dan kan het eigenlijk ook niet wachten. Op zaterdag begin ik met opzetten, ik zie de kleuren voor me, de patronen, in mijn hoofd hoor ik let the sun shine, en follow the sun door elkaar, en ondertussen ik wil, ik wil… Dit chakra moet en zou op papier. En daar ga ik. Een soort onverstoorbaar ben ik op weg. Ik merk hoe ik door moet. Ergens komt de gedachte deze wil kan zo doorgaan tot ze er dood bij neer valt. Het is dat ik zondagochtend op tijd m’n bed uit moet, anders was ik waarschijnlijk onverwoestbaar de zaterdagavond-nacht doorgegaan met kleuren. En op het moment dat ik stop met kleuren ga ik pas voelen. Gaandeweg begin ik me te beseffen hoe ik deze wil ken, en hoe het vaak de wil is die uiteindelijk ergens halverwege afhaakt omdat die niet meer kan, of dan toch nog even doorgaat, maar de bezieling steeds meer lijkt te verliezen. Het is ook de praktische wil. Helder voor ogen wat het einddoel is, en ondanks het plezier gaandeweg verdwijnt stug doorgaan. Het is de wil die vaak het vlammetje bij mij ontwaakt, die me echt aan kan zetten, maar die me even hard sloopt als ik m niet weet om te zetten tot bezieling. Tja en dan zit ik nu hier met m’n tekening. Vanmorgen het laatste stukje gekleurd. Ik zou kunnen zeggen dat het af is. Het laatste stuk was afmaken omdat ik ook wist dat als ik het niet rond zou maken ik ook doe wat ik ken. En nu. Ergens weet ik dat ik nu op zoek mag naar de wil van bezieling. Naar de andere beweging in mij. Hoe in godsnaam ga ik die twee componenten samenbrengen? Ik dacht erover om gewoon een nieuwe tekening te maken, maar dan vanuit die andere veel dieper gelegen wilskracht. Zodat ze allebei naast elkaar. Maar inmiddels geloof ik dat ik op deze tekening heb verder te gaan. Opnieuw terug naar het midden, een volgende laag eroverheen gaan zetten. En ik durf simpelweg nog niet. Bang om op te geven wat ik nu heb. De wilslaag die onder het praktische gewoon gaan en doen wil ligt voelt vele malen kwetsbaarder. Daar zou ik wel eens echt geraakt kunnen worden. 

8 mrt 2021

Inmiddels met een tweede laag bezig. Het is bijzonder wat er ontstaat. Waar de eerste laag echt als de wil die gaat voelde, onverstoorbaar is maar ook rigide en ergens ontzielt raakt, is dit vrije wil. Ze neemt haar tijd. Ze tast af, voelt, en neemt besluiten. Ze samenbrengen voelt als het spel van de alchemist. Op zoek naar het goud. Het 3e chakra, het licht, de zon, het centrum. Waar ik dacht dat het onmogelijk zou zijn op een getekende tekening door te gaan, ervaar ik nu de magie ervan. De onderlaag en bovenlaag die met elkaar spelen, die elkaar aanvullen en ook beïnvloeden. De wil die onverstoorbaar gaat die het speelveld voor de vrije wil uitzet. De vrije wil die kiest waar te volgen, waar te doorbreken. Die aftast waar ze elkaar versterken en waar ze haar eigen weg heeft te gaan. In het samenbrengen ervaar ik de bezieling, de magie, ontstaat mijn zon en mijn licht, merk ik hoe ik kan gaan schijnen. En speel ik met het goud wat laagje voor laagje in de diepte ontstaat. De reis van de alchemist.

23 mrt 2021

En weer een rondje verder…. Na een week van bijna niet kleuren.Inmiddels ben ik erachter dat ik een vast patroon heb van ergens op 2/3 a 3/4 van mijn tekening het gaan laten liggen. Dan wordt het ‘saai’ heb ik het een beetje gehad, kom ik in een gevoel dat het niet op schiet, ben ik het vernieuwende van het begin kwijt en zit ik nog niet het samenvallen van aan het eind. En dan is het echt mezelf ertoe zetten. Inmiddels komt het eind van de maand in zicht en ‘moet’ ik dus verder. Ik heb die externe factor, ondanks ik dat niet nodig wil hebben, dus toch wel nodig. En ergens zou hij met wat paars eromheen klaar kunnen zijn, maar na de eerste twee dagen van tekenen eerder had ik ook kunnen zeggen hij is klaar, en ook nu lijkt hij ook nog iets anders te willen (de wil). Het is een zoeken naar het goud. Een soort schatgraven. En de weg van hoe laat ik mijn licht schijnen. In het midden van de mandala ervaar ik magie. De doorkijk, het midden wat echt open moet, met daaromheen iets wat ik eigenlijk niet zo goed kan omschrijven, maar waar ik wel de alchemist in mezelf in ervaar… En naar buiten toe lijk ik het langzaam wat te verliezen. Ondanks de vormen aan de buitenkant juist wel weer zo herkenbaar voor mij zijn. En terwijl ik dit zo op schrijf besef ik me dat ik dit ook herken uit mijn leven en hier vaak ontzettend zoekende in ben. Hoe breng ik mijn goud naar buiten, hoe laat ik werkelijk mijn licht stralen. Hoe laat breng ik wat van binnen zit naar buiten toe… Hoe beweegt dat. Hoe zorg ik dat het z’n kracht niet verliest. En ik weet dat ik nu eerst een bedding van paars er om heen heb te zetten voor ik verder kan in het geel. Ook dat is zoals ik dat doe. De bedding van de buitenwereld heb ik echt nodig om mijn licht naar buiten te kunnen brengen. Ik ben dan wel ook een einzelgänger, tegelijkertijd ben ik ook iemand die juist de omgeving nodig heeft om in haar kracht te komen. Zonder mijn omgeving kan ik niet stralen…. (het klinkt enerzijds haast egoistisch, en tegelijkertijd hoop ik dat we allemaal omgeving voor de ander mogen zijn om te stralen, en zelf te stralen).En ondertussen grinnik van binnen omdat ik al schrijvende ‘naar jullie’ merk dat het schrijven over m’n eigen werk zo’n prachtige spiegel naar mezelf is.

26 mrt 2021

Kwetsbaar, zo voelt het momenteel. Het tekenen van mijn zonnevlecht voelt zo intens kwetsbaar. Hoe het momenteel gaat over grenzen. En ook dat ik in m’n delen heel zorgvuldig mag voelen wat deel ik wel, en wat houd ik voor mezelf. Ik mag mezelf begrenzen, ervaren hoe ik dat nodig heb, omdat ik mezelf anders kwijtraak in de omgeving. En hoe spannend ik het vind die grens aan te geven, uberhaupt te voelen. Te tekenen. Hoe dun en kwetsbaar die grens nog is als ik naar m’n tekening kijk. Misschien wordt hij gaandeweg nog steviger, ik heb geen idee. Ik ervaar wel hoe ik m nodig heb om me te kunnen verbinden met de buitenwereld. Het tekenen gaat afgepast. Langzaam. In hele kleine stapjes. Met heel veel tranen. Dinsdagavond dacht ik nog dat paars doe ik wel even. Zo met softpastel op een watje gaat lekker snel. Bam de spiegel vol in mijn gezicht. Dat doe ik dus niet even. Dan gaat het ineens over ik en de buitenwereld. En hoe laat ik die buitenwereld toe. Hoe laat ik me raken, en hoe zorg ik dat ik dan niet mijn licht, mijn centrum, mijn ‘ik’ verlies, want die angst komt direct omhoog, mijn licht willen terugtrekken, ik wil naar binnen, maar dat kan niet, want er is ook geel daar aan de buitenkant. En de beweging van terugtrekken in mezelf die ik zo goed ken. Het bijzondere van het mandalatekenen in dat moment was dat ik er in op kon gaan en tegelijkertijd mezelf van een afstandje observeerde. Het spiegelde zo.Ik zag hoe ik de verbinding met het paars uit de weg ging, hoe het paars me wel tot licht bracht, maar hoe ik het op afstand houd. Hoe het verlangen er is om het paars me te laten raken. Hoe het verlangen er is het paars toe te laten in m’n tekening, het iets naar binnen te brengen. En hoe eng ik dat vind. Hoe er angst is dat dan m’n licht dooft, dat ik dan mijn essentie verlies. Ik zie hoe ik dit ken uit m’n leven. Wanneer de buitenwereld/ de ander het overneemt dan trek ik m’n licht terug. Maar daarmee ga ik ook de verbinding uit de weg. En na een half blad met paars omgeven, de volgende ochtend tot de conclusie komen dat ik daar mee mag gaan oefenen. Ik kleur rustig met het paars verder vanuit het idee dat als dat eromheen zit dat ik dan kan oefenen met hoe dichtbij ik kan laten komen, zonder dat ik me terug hoef te trekken. Dat ik mag ervaren wat precies goed gaat zijn dat ik in m’n volle potentie kan stralen. Dat dat zachtjes mag, bewust, voorzichtig. Ervaren wat het gaat doen, daar waar het teveel wordt weet ik dat ik het weer weg kan gummen. Ik heb de regie. Het is mijn kunstwerk. Met dat idee probeer ik het paars dichterbij te laten, probeer ik het binnen te laten in m’n tekening. Maar het is zo intens alles overschrijdend. Ik gum het weg, het is veel te veel, het slokt me volledig op, ik raak mezelf volledig kwijt. Maar helemaal weggegumd krijg ik het niet eens, ik vind het lelijk, het werkt niet om hier mee te oefenen. Het is veel te veel. Het paars is veel te veel. Eigenlijk is het al veel te veel dat er nu overal paars om me heen zit. Ik wil zo graag verbinden, ik wil het zo graag toelaten, en het kan niet. Het raakt diepe oude stukken die gaan over grenzen, waar de ander over je grens gaat, er niet in gezien worden. Het ene moment het vuur wat in mijn losbreekt, en het volgende moment nog twijfel voelen en jezelf wijs willen maken, dat het wel mee viel…. en het eigenlijk ook niet zo goed weten. Maar waar is mijn grens eigenlijk in mijn tekening? Maar ik wil helemaal geen grens, dat voelt zo hard. En hoe kan ik me dan nog verbinden? Miriam die me zegt terug te gaan naar het geel als het je paars niet kunt nemen. Maar ook in het geel weet ik me geen raad. Ik kleur opnieuw over de lagen die ik al eerder heb opgezet, als ik voldoende in het geel duik dan kan ik de omgeving met het paars wat buiten de deur houden, dan zie ik dat niet. Ergens ontstaat er een nieuwe lijn. Een lijn in het geel die voor mij een nieuwe beweging lijkt te vormen. Het geeft me ruimte, en ondanks, als ik later naar de gehele tekening kijk, de lijn amper iets lijkt toe te voegen, is juist die lijn voor mij belangrijk in het weer verder kunnen. En er ontstaat een volgende serie lijnen die mijn tekening laten afgrenzen, er ontstaan grenzen. Heel dun. Heel kwetsbaar nog. Ik vind het zo spannend. Maar merk wel hoe ik met mijn grens het paars ineens kan aanraken. Hoe er verbinding ontstaat. Hoe het nodig is. Hoe ik m’n begrenzing nodig heb om niet op te lossen, om niet overspoelt te raken, en om me te verbinden met de buitenwereld, een soort letterlijke huidlaag. Het voelt zo tegengesteld. Juist de grenzen die maken dat er verbinding kan ontstaan. Het gaat in muizenstapjes. Met tranen. Niet de harde muur om me heen bouwen waar je van weg moet blijven. Maar grenzen van licht, liefde, aanraking, verbinding.

30 mrt 2021

Ik ben begrensd. Ik snap wel dat ik het nodig heb. Ik zie wel dat me tot kracht brengt. Waar ik eerst nog bijna ieder moment uit elkaar leek te kunnen vallen, val ik nu meer samen. Woorden van een eerdere reis klinken in mij door; je moet in je lijf Vera, in je lijf. Stop met het daarbuiten zoeken, alles zit in je. Tja, de huid die mijn fysieke grens aan geeft, die zorgt dat alles daarbinnen bij elkaar gehouden wordt. De huid die juist ook zorgt dat er contact met de buitenwereld kan zijn. De grens die juist voor verbinding kan zorgen. Grenzen die nodig zijn om het ik en de ander te kunnen ervaren, de grens waarop versmelting kan plaatsvinden. En wat een klus om die grens voor mezelf aan te brengen, iedere keer weer opnieuw tegen mezelf zeggen door te gaan, kleine stukjes tekenen en weer stoppen, om een paar uur verder weer een klein stukje verder te gaan. Wetende dat ik het nodig heb. Zien hoe het me goed doet, zien hoe het me in mijn kracht brengt. Zien dat het m’n licht laat stralen. En ervaren hoe lastig ik het vind die begrenzing voor mezelf aan te brengen. En nu weer het geel een laagje verdiepen…

9 apr 2021

Hier is ze dan, m’n 3e chakra, de zonnevlecht. Het is tijd om haar los te laten. Om haar voor nu als af te beschouwen. Ik merk hoe ik nog ergens vastgebeten in haar zit. Iets wat ik als het gaat over m’n wil wel ken. Dat ik echt tegen mezelf moet zeggen dat het goed genoeg is, dat het klaar is. Om vaak pas een paar weken later na wat afstand te kunnen zien dat het eigenlijk gewoon klopt en af is. Maar op dit moment voelt ik die nog niet, het is steeds alsof het nog iets wil, maar iedere lijn of kleur die ik toevoeg voegt niks meer toe. Het paars mocht afgelopen week nog wat meer naar binnen stromen. Het geel mocht steviger worden. Ze straalt, er is verbinding ontstaan, en afgrenzing. Eigenlijk is ze best heel groot. Wat een weg heb ik met haar afgelegd. Wat een spiegel is ze voor me geweest. Nu tijd om door te reizen naar het hart.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.